Praktische Pediatrie
Praktijkgerichte nascholing voor kinderartsen
Een hoogwaardig Nederlandstalig nascholingstijdschrift in combinatie met een toegankelijk digitaal kennisplatform geaccrediteerd door de NVK. VSR is in aanvraag.
Alle collecties van Praktische Pediatrie
Gesorteerd op nieuw - oud
Het is onomstreden dat het klimaat verandert. Klimaatverandering zorgt voor verandering van onze leefomgeving en heeft daarmee directe gevolgen voor onze gezondheid. Kinderen zijn daarbij extra kwetsbaar. Binnen de kindergeneeskunde zullen we steeds meer klimaat-gerelateerde ziekten gaan zien. De gezondheidszorg heeft als sector ook een fors aandeel in de uitstoot van broeikasgassen en daarmee klimaatverandering. Meer en meer mensen zijn bezorgd over de verandering van het klimaat en zetten zich op verschillende manieren in voor verduurzaming. Ook binnen de kindergeneeskunde zijn er steeds meer initiatieven om de zorg te verduurzamen.
In dit artikel worden voorbeelden van gezondheidseffecten beschreven die ook voor de Nederlandse kindergeneeskunde van belang zijn. In korte interviews vertellen drie collega’s over hun zorgen en over hoe ze op verschillende manieren in actie komen. Tot slot worden drie initiatieven tot verduurzaming van de zorg toegelicht om u te inspireren om op uw eigen afdelingen in actie te komen.
Bijna ieder kind wordt wel een beetje geel in de eerste twee levensweken. Geelzien door ongeconjugeerde hyperbilirubinemie is meestal onschadelijk en gaat vanzelf weer over. Helaas moet er in Nederland tientallen keren per jaar een kind met spoed worden opgenomen wegens geelzien bij een gevaarlijk hoge bilirubineconcentratie, soms boven de wisseltransfusiegrens. De Nederlandse richtlijn ‘Hyperbilirubinemie in de eerste twee levensweken bij de pasgeborene, geboren na een zwangerschapsduur ≥ 35 weken’ uit 2008 is daarom aangevuld met aanbevelingen om de preventie, de diagnostiek en de behandeling te verbeteren en bevat nu ook aanbevelingen over de follow-up. In dit artikel leest u de belangrijkste aanbevelingen uit de vernieuwde richtlijn, die als doel heeft om ernstige hyperbilirubinemie en hersenschade te voorkomen door het tijdig identificeren van kinderen met een verhoogd risico en optimalisatie van de behandeling.1
Digitale media spelen een centrale rol in het leven van kinderen en jongeren, met zowel positieve als negatieve effecten op hun gezondheid. Dit artikel biedt kinderartsen praktische handvatten om mediagebruik te bespreken tijdens consulten. Aan de hand van evidence-based inzichten wordt uitgelegd hoe mediagebruik fysiologische, cognitieve en sociaal-emotionele aspecten van welzijn beïnvloedt. Dit artikel introduceert de vijf C’s (Content, Contact, Conduct, Contract/Commercie, Cross-cutting risks) als kader voor het identificeren van risico’s. Casussen illustreren hoe mediagebruik kan leiden tot klachten als slaapproblemen, somberheid en gedragsveranderingen. Kinderartsen leren leeftijdsspecifieke adviezen te geven en ouders te ondersteunen bij actieve mediaopvoeding. Ook wordt aandacht besteed aan thema’s als sharenting (ouders die beelden van hun kinderen delen op sociale media) en digitale jeugdcultuur. Door mediagebruik structureel mee te nemen in de anamnese, kunnen kinderartsen bijdragen aan preventie en aan het bevorderen van gezond digitaal gedrag bij kinderen en jongeren.
Een 13-jarig meisje zonder medische voorgeschiedenis presenteert zich op de Spoedeisende Hulp (SEH) na doorverwijzing door de huisarts. Ze heeft buikpijn en voelt zelf een zwelling onder in de buik. Daarbij heeft ze sinds drie dagen niet meer geplast. De urine zag er eerder normaal uit; wel was er dysurie. De ontlasting kwam voorheen dagelijks en was soepel, maar is sinds drie dagen brijig. Zij heeft nog nooit gemenstrueerd en is niet seksueel actief. Bij het lichamelijk onderzoek wordt een drukpijnlijke, vast-elastische zwelling onderin de buik gevoeld die reikt tot boven de navel. Er is geen koorts en het lichamelijk onderzoek levert geen andere afwijkingen op. Er wordt beeldvorming verricht met POCUS (Point of Care-ultrasound), waarop een retentieblaas met forse hydronefrose (graad 3) beiderzijds wordt gezien (figuur 1) en daarnaast een grote uterus met homogene vulling (figuur 2). Bij overig aanvullend onderzoek worden geen aanwijzingen voor infectie gezien en is er een normale nierfunctie, een laag bèta-hCG en een normaal urinesediment. Na inbrengen van een urinekatheter loopt er 1,2 liter urine af.
Wat is uw (differentiaal)diagnose?
Coaching ter ondersteuning van carrièrekeuze van artsen | Allergische proctocolitis bij zuigelingen: remissie vaak binnen drie maanden!
Infographic over Hemofagocytaire Lymfohistiocytose (HLH)