Vermoeden op malrotatie op X-slik: altijd reden voor onrust?
Een prematuur (24 weken, 600 gram) was opgenomen op de Intensive Care Neonatologie vanwege voedingsproblemen zonder bekende oorzaak (frequent spugen, voeding niet verdragen, bradycardieën en desaturaties). Hiervoor werd een duodenumsonde geplaatst, maar dit had geen effect. Contrastonderzoek van het bovenste deel van het maag-darmkanaal werd verricht, waarop een afwijkend verloop van het duodenum met een abnormale positie van de duodeno-jejunale overgang te zien was, verdacht voor malrotatie. Omdat dit niet paste bij het klinisch beeld, werd niet direct chirurgisch ingegrepen. Uit de literatuur komt naar voren dat in 15% van de radiologische gastro-intestinale contrastonderzoeken de bevindingen fout-positief of -negatief zijn, deels door anatomische variaties of wegens verplaatsing door de duodenumsonde. Daarom werd na het verwijderen van de duodenumsonde het contrastonderzoek herhaald, waarbij een normale positie van de duodeno-jejunale overgang werd gezien. Deze casus onderstreept het belang van kritische beeldvormingsinterpretatie, vooral wanneer deze niet overeenkomt met het klinisch beeld. Dit alles uiteraard vóór het inzetten van (operatieve) interventies, om onjuiste behandeling te voorkomen.