Bewegen op het werk en gezondheid
Beweging werd al in de oudheid erkend als van essentieel belang voor een goede cardiovasculaire gezondheid. Zo stelde Hippocrates dat beweging het beste medicijn is: ‘Walking is man’s best medicine’,1 en ook in de moderne geneeskunde blijft dit uitgangspunt overeind. Zo benadrukken de Hartstichting, de Gezondheidsraad en de WHO het belang van bewegen met slagzinnen als ‘every step counts’ en ‘more is better’.2-4 Tegelijkertijd is langdurig zitten erkend als een onafhankelijke risicofactor en luidt het advies niet alleen meer te bewegen, maar ook minder te zitten.4 Lichamelijke activiteit (of beweging) wordt gedefinieerd als ‘elke vorm van lichaamsbeweging die wordt veroorzaakt door de skeletspieren en leidt tot energieverbruik’.5 Toch rijst de vraag: als bewegen zo’n krachtig medicijn is, hoe komt het dan dat werknemers die dagelijks veel bewegen en weinig zitten – zoals bouwvakkers, schoonmakers en agrarische werkers – juist een verhoogd risico hebben op cardiovasculaire aandoeningen, klachten van het bewegingsapparaat, verzuim en vroegtijdige arbeidsuitval? Veel onderzoek naar de gezondheidsvoordelen van beweging richt zich op inspanning in de vrije tijd, terwijl voor veel volwassenen de grootste bron van bewegen juist in hun werk ligt.6 In dit proefschrift is daarom onderzocht of bewegen op het werk ook daadwerkelijk gezondheidsvoordelen biedt, en hoe de gezondheid en inzetbaarheid van werknemers in fysiek zware beroepen kunnen worden verbeterd.7