A&I
Een onafhankelijke, geaccrediteerde nascholing over perioperatieve geneeskunde
Een combinatie van vaktijdschrift, e-learning en congressen, geaccrediteerd door de ABIC. Aanvragen die door ABIC worden geaccrediteerd krijgen de categorie ‘Nascholing Intensive Care’. De nascholingen met deze categorie tellen mee voor zowel het basisspecialisme (NVA, NIV, NVVC, NVvH, NVN en NVALT) als het aandachtsgebied Intensive Care.
Alle collecties van A&I
Gesorteerd op nieuw - oud
Aan de hand van twee casussen wordt de behandeling van een fluxus post partum (FPP) beschreven. Groot bloedverlies na de bevalling is een levensbedreigende complicatie die snel en adequaat handelen vereist. De hemorragische shock wordt behandeld door agressieve resuscitatie met bloedproducten. Multidisciplinaire afspraken zijn zinvol bij de behandeling van massaal bloedverlies door een FPP en voor invasieve therapieën.
De steeds meer gediversifieerde en complexe intrathoracale chirurgische procedures vereisen het veilig kunnen scheiden van de luchtwegen en de mogelijkheid van een longventilatie. Ook in de traumatologie en op de intensive care zijn er klinische omstandigheden met acute pulmonale insufficiëntie waarbij gescheiden luchtwegen nodig zijn, al dan niet met verschillende beademingsstrategieën. Iedere anesthesioloog en intensivist moet daarom op de hoogte zijn van deze longscheidingstechnieken. Deel 1 beschrijft specifiek het gebruik van bronchusblokkers. Deel 2 licht het gebruik van dubbellumentubes verder toe.
Zwangerschap en geboorte zijn natuurlijke, fysiologische processen die aan de basis liggen van elk menselijk bestaan. Het geboorteproces vereist van de moeder een zware inspanning omdat het vaak gepaard gaat met complexe baringspijn. Deze pijn is door een medicamenteuze behandeling in combinatie met emotionele ondersteuning vaak goed en adequaat te verlichten. In de 21e eeuw kenmerkt goede baringszorg zich door een efficiënte, effectieve, veilige en tijdige vervulling van de noden van de barende, waarbij de zorg rondom de individuele vrouw georganiseerd wordt. Steeds vaker vindt het vervullen van die noden plaats in het ziekenhuis. De anesthesioloog kan met zijn kennis en kunde een bijdrage leveren aan de goede zorg rondom de partus.
Tijdens de zwangerschap treden fysiologische veranderingen op die van belang zijn voor uw anesthesiologische beleid. De aanpassingen van de orgaansystemen treden reeds vroeg in de zwangerschap op en worden gekenmerkt door een toename in metabolisme, zuurstofconsumptie en circulerend volume. Verder spelen hyperventilatie, verdunningsanemie, hypercoagulabiliteit, aspiratierisico, veranderingen van de luchtweg en verhoogde gevoeligheid voor anesthetica een rol. De anesthesiologische focus bij operatieve ingrepen tijdens de zwangerschap moet gericht zijn op luchtwegmanagement, risico en preventie van aspiratie, handhaven van maternale bloeddruk en uteroplacentaire perfusie, risico en preventie van tromboembolische complicaties, aanpassing van regionale technieken en algehele anesthesie. Bij algehele anesthesie zijn met name de keuze en dosering van inductiemiddelen, afname van MAC en placentaire passage van anesthetica van belang.
Ook voor een niet-radiologisch geschoolde arts is het mogelijk om een thoraxfoto adequaat te beoordelen, als hij maar systematisch te werk gaat. Daarnaast moet hij enige kennis hebben van techniek van een röntgenopname, relevantie van het verdwijnen en verschijnen van lucht-weefselscheidingsvlakken en veelvoorkomende radiologische diagnosen, zoals atelectase, consolidatie, pneumothorax, overvulling en pleuravocht.
Na ‘lege artis’ uitgevoerde regionale anesthesie ontstaan soms neurologische symptomen door zenuwletsel. Vaak gaan de klachten over, maar er kan ook sprake zijn van blijvend zenuwletsel. De oorzaken zijn talrijk. Vaak is het zenuwletsel niet te wijten aan de regionale techniek. De incidentie van zenuwletsel na uitvoering van verschillende regionale technieken is niet exact bekend. Bij blijvende neurologische schade kan alleen een goede verslaglegging van de anesthesie als verdediging dienen ter aantoning dat volgens professionele standaarden is gewerkt. Net als bij perifere zenuwblokkades geldt voor epidurale anesthesie tijdens de baring dat zenuwletsel in de meeste gevallen niet door de anesthesietechniek wordt veroorzaakt.