AccreDidact Huisarts
Praktijkgerichte nascholing voor de huisarts
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van AccreDidact Huisarts?
Abonneer nu! Meer informatie
Alle collecties van AccreDidact Huisarts
Gesorteerd op nieuw - oud
Hartfalen is een veelvoorkomend en ernstig gezondheidsprobleem in de huisartsenpraktijk. In Nederland leven circa 241.300 mensen met hartfalen, van wie bijna 90% 65 jaar of ouder is. Door vergrijzing, hogere levensverwachting en betere overleving na een myocardinfarct zal het aantal patiënten met hartfalen verder toenemen.
Het tijdig herkennen van hartfalen is van groot belang, maar in de beginfase is de diagnose lastig. Aspecifieke klachten zoals moeheid, kortademigheid en verminderd inspanningsvermogen kunnen gemakkelijk aan andere oorzaken worden toegeschreven, vooral bij ouderen. Toch is vroege herkenning essentieel, omdat onbehandeld hartfalen een slechte prognose heeft, vergelijkbaar met die van sommige maligniteiten.
In deze nascholing leert u hartfalen vroegtijdig te herkennen en wordt u op de hoogte gebracht van de nieuwste inzichten in diagnostiek en behandeling. Er is aandacht voor medicamenteuze innovaties, zoals de SGLT2-remmers, en technische interventies zoals cardiale resynchronisatietherapie.
De e-learning biedt praktische kennis om de zorg voor patiënten met hartfalen te verbeteren en bij te dragen aan betere uitkomsten en kwaliteit van leven.
De zichtbaarheid en maatschappelijke erkenning van transgender personen is de afgelopen jaren sterk toegenomen, met meer ruimte voor genderdiversiteit en zelfbeschikking. Tegelijkertijd is de zorgvraag rondom genderincongruentie sterk gestegen. Huisartsen krijgen hierdoor steeds vaker vragen over psychische klachten, sociale uitsluiting, of medische genderbevestigende behandelingen. Door lange wachttijden bij gespecialiseerde centra is het van belang dat ook de eerstelijnszorg goed toegerust is om deze patiënten te ondersteunen.
In deze nascholing wordt ingegaan op de rol van de huisarts bij transgenderzorg. U krijgt inzicht in psychische en medische hulpvragen, criteria voor medische interventies en wat u kunt bieden tijdens de wachttijd. Ook is er aandacht voor maatschappelijke discussie en kritiek op transgenderzorg, met name bij jongeren, en de wijze waarop u hier in de praktijk vragen over kunt verwachten.
De nascholing baseert zich op de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg – Somatisch (2018), Kwaliteitsstandaard Psychische Transgenderzorg (2017) en de internationale Standards of Care for the Health of Transgender and Gender Diverse People, version 8.
De dwangstoornis – ook wel obsessieve-compulsieve stoornis (OCS of OCD) genoemd – is een veelvoorkomende, maar vaak on(der)gediagnosticeerde psychische aandoening. Ondanks het feit dat OCD vaker voorkomt dan psychoses, blijft herkenning in de huisartsenpraktijk uit, mede door schaamte, zorgmijding en het vermogen van patiënten om de symptomen te verbergen. Ook wordt de stoornis regelmatig verward met of overschaduwd door comorbide angst- of stemmingsstoornissen.
In deze nascholing worden het klinisch beeld, de diagnostiek en de behandeling van de dwangstoornis besproken. Blok A behandelt de presentatie en herkenning van OCD in de eerste lijn, inclusief minder bekende vormen zoals homoseksuele OCD. Blok B gaat in op de behandelopties, waaronder cognitieve gedragstherapie en serotonerge medicatie. Ook worden verwante stoornissen uit de DSM-5-groep – zoals morfodysfore stoornis of verzamelstoornis – kort besproken.
De huisarts speelt, samen met de POH-GGZ, een belangrijke rol in vroegdetectie en begeleiding. Kennis van de verschillende presentatievormen en actuele behandelopties is essentieel om onderbehandeling te voorkomen.
De inhoud van deze nascholing is deels gebaseerd op het boek Vals alarm. Leven met een dwangstoornis, dat verdieping biedt bij het besproken materiaal.
Deze nascholing biedt een diepgaand overzicht van pijn als medisch en subjectief fenomeen. Pijn is een veelvoorkomende klacht bij uiteenlopende aandoeningen. De in 2020 herziene internationale definitie benadrukt dat pijn een persoonlijke ervaring is, die ook zonder aantoonbare weefselbeschadiging aanwezig kan zijn. Daarmee wordt het belang onderstreept van aandacht voor zowel de fysiologische als de emotionele dimensie van pijn.
In BLOK A gaat de nascholing in op de pathofysiologie en diagnostiek van verschillende soorten pijn. Daarbij is er aandacht voor specifieke oorzaken zoals gewrichtsklachten, fibromyalgie, lagerugpijn en neuropathische pijn. BLOK B richt zich op de behandeling van pijn, met nadruk op analgetica, hun werkingsmechanismen en het omgaan met bijwerkingen. Hierbij wordt de NHG-Richtlijn Pijn gevolgd, en bij pijn door kanker ook de richtlijn Pijn bij patiënten met kanker in de palliatieve fase van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie.
Speciale aandacht is er voor het gebruik van opioïden, zowel bij kankergerelateerde pijn als in relatie tot het risico op verslaving. Casuïstiek uit BLOK A wordt verder uitgewerkt in BLOK B, zodat u de opgedane kennis kunt toepassen in de praktijk.
Aanvallen bij kinderen roepen vaak de verdenking op van epilepsie, terwijl minder dan 10% daarvan daadwerkelijk epileptisch van aard is. Deze nascholing helpt u onderscheid te maken tussen epileptische en niet-epileptische aanvallen, toegespitst op verschillende leeftijdscategorieën. Ook wordt het verschil tussen geprovoceerde en niet-geprovoceerde aanvallen besproken, met extra aandacht voor koortsconvulsies.
In BLOK A komen de klinische kenmerken, verwijsindicaties en differentiële diagnose aan bod. U leert onder meer een epileptisch insult te onderscheiden van een vasovagale syncope, absence-epilepsie van dagdromen en tics van andere bewegingen.
BLOK B behandelt de behandelopties bij epilepsie bij kinderen, inclusief de afweging om (nog) geen medicatie te starten. Er wordt stilgestaan bij de psychosociale impact van de diagnose op het kind en het gezin, en bij het belang van begeleiding op maat.
Deze nascholing biedt u praktische handvatten voor signalering, diagnostiek, communicatie en begeleiding van kinderen met aanvallen en hun ouders. Hierdoor bent u beter toegerust om tijdig te handelen en passende zorg te bieden binnen de huisartsenpraktijk.
Posttraumatische stressstoornis (PTSS) komt in de huisartsenpraktijk vaker voor dan veel zorgverleners vermoeden. Het treft niet alleen veteranen of militairen, maar mensen van alle leeftijden en achtergronden. In deze nascholing leert u PTSS beter herkennen, ook wanneer klachten zich op minder voor de hand liggende manieren presenteren. Zo kunt u patiënten eerder en gerichter verwijzen naar passende zorg.
In BLOK A wordt aan de hand van praktijkvoorbeelden ingegaan op de diagnostiek van PTSS volgens de DSM-5. U leert onderscheid maken tussen PTSS en andere stoornissen, zoals de acute stressstoornis en de aanpassingsstoornis. Ook wordt ingegaan op de prevalentie van PTSS binnen de huisartsenpraktijk.
BLOK B bespreekt de beschikbare behandelmogelijkheden en verwijstrajecten. Daarnaast krijgt u praktische handvatten voor het omgaan met patiënten met PTSS. Dit helpt u en uw team om werkstress en mogelijke overlast te verminderen.
Deze nascholing stelt u in staat om patiënten met PTSS sneller en met meer vertrouwen te herkennen, te begeleiden en gericht te verwijzen.