AccreDidact Apotheker
Praktijkgerichte nascholing voor de apotheker
Profiteer nu van onze Eindejaarsactie: tijdelijk 20% korting op een abonnement. Extra punten nodig? Bestel dan de jaargang 2025 er met 20% korting bij.
Bekijk hier alle informatie over onze abonnementen.
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van AccreDidact Apotheker?
Abonneer nu! Meer informatie
Alle collecties van AccreDidact Apotheker
Gesorteerd op nieuw - oud
Dankzij de vergrijzing groeit het aantal 65-plussers in Nederland aanzienlijk: van 3 miljoen in 2015 naar naar verwachting 4,7 miljoen in 2040. Met deze toename stijgt ook het aantal ouderen met complexe zorgvragen. Oudere patiënten hebben vaker te maken met multimorbiditeit en zijn door een veranderde fysiologie extra kwetsbaar voor schadelijke effecten van geneesmiddelen.
Farmacotherapie bij ouderen vraagt daarom om specifieke kennis en zorgvuldigheid. In deze nascholing staat de kwetsbare oudere centraal. U leert welke medicatieproblemen veel voorkomen, hoe u omgaat met (poly)farmacie en welke rol de medicatiebeoordeling speelt. Ook wordt ingegaan op praktische aspecten bij het gebruik van geneesmiddelen, waaronder het herkennen van risicofactoren en het optimaliseren van de medicatieveiligheid.
De e-learning biedt handvatten voor een effectieve en veilige farmacotherapeutische aanpak, toegespitst op de behoeften van kwetsbare ouderen.
Hoewel er op het gebied van anticonceptie ogenschijnlijk weinig is veranderd, zien we een duidelijke trend: steeds minder jonge vrouwen gebruiken de klassieke pil en kiezen vaker voor een spiraaltje – inmiddels beschikbaar in twee varianten. Deze nascholing gaat in op de nieuwste orale anticonceptiva, inclusief het 24/4-innameschema, en plaatst deze in het perspectief van huidige richtlijnen en praktijkvoorkeuren.
Het NHG en de literatuur blijven de tweedegeneratiepil trouw, maar in de spreekkamer leven veel vragen: over doorbraakbloedingen, spotting, tromboserisico’s, hoofdpijn in de pilpauze, lactatie, en de relatie met mammacarcinoom. Deze e-learning bespreekt deze vragen praktisch en volledig.
Daarnaast is er aandacht voor noodanticonceptie: de rol van de apotheker is toegenomen met de receptvrije beschikbaarheid van levonorgestrel en ulipristal. Wat zijn de verschillen, wanneer is welke geschikt en blijft het morning-afterspiraaltje een optie?
Tot slot komen andere vormen van anticonceptie aan bod, zoals het hormoonspiraaltje, condoom, pessarium, sterilisatie en de lactatieamenorroemethode. Deze nascholing biedt een compleet en actueel overzicht voor de dagelijkse praktijk.
Dyslipidemie is een verzamelterm voor stoornissen in de samenstelling van lipiden in het bloed, zoals hypercholesterolemie en hypertriglyceridemie. Hoewel het woord niet voorkomt in het Pinkhof Geneeskundig Woordenboek (2006), is het klinisch relevant: dyslipidemie gaat vrijwel altijd gepaard met een verhoogd risico op atherosclerotische hart- en vaatziekten. Deze ziekten zijn wereldwijd, ook in Nederland, een belangrijke doodsoorzaak.
In deze nascholing wordt eerst de fysiologie van bloedlipiden besproken. Vervolgens komen de verschillende vormen van dyslipidemie aan bod, met aandacht voor de onderliggende mechanismen en klinische implicaties. Tot slot worden de farmacotherapeutische behandelmogelijkheden uitgebreid behandeld, waaronder de rol van statines en andere lipidenverlagende middelen.
De relevantie van dit onderwerp blijkt uit de cijfers: in 2010 bedroeg de ziekenhuisprevalentie van hart- en vaatziekten in Nederland 282.681 patiënten. In 2011 overleden 38.132 personen aan deze aandoeningen, vooral op hogere leeftijd. Als apotheker speelt u een belangrijke rol in de begeleiding en medicamenteuze behandeling van patiënten met dyslipidemie. Deze e-learning biedt u de nodige kennis en achtergrond om die rol optimaal te vervullen.
In de dagelijkse praktijk van de openbare apotheek krijgt u als apotheker regelmatig te maken met morele vraagstukken. De casus van mevrouw Jorissen illustreert hoe waarden, belangen en verantwoordelijkheden kunnen botsen – tussen patiënt, familie, zorgverleners en zorgverzekeraars. Farmaceutische zorg vindt plaats in een complex web van relaties waarin professionele keuzes steeds verantwoording vragen.
Deze e-learning gaat in op de ethiek van de openbare farmacie. U leert over het krachtenveld waarin de apotheker opereert en de morele complexiteit van dagelijkse beslissingen. De nascholing biedt handvatten voor normatieve professionalisering: het vermogen om morele kwesties te herkennen, analyseren en bespreekbaar te maken. Daarbij krijgt u ook de Ethiekwijzer aangereikt: een praktisch hulpmiddel dat u helpt bij ethische reflectie in uw werk.
U doorloopt achtereenvolgens de context van farmaceutische zorg, de rol van morele afwegingen in professioneel handelen, en de toepassing van ethische inzichten in concrete praktijksituaties.
Deze nascholing helpt u om, naast vakinhoudelijke deskundigheid, ook uw ethische competenties te versterken – essentieel voor professionele, verantwoorde en zorgvuldige farmaceutische zorg.
Naar schatting heeft één op de twintig Nederlanders van 65 jaar en ouder hartfalen; boven de 85 jaar is dat zelfs één op de vijf. Door de dubbele vergrijzing en betere overleving na hartinfarcten neemt het aantal patiënten met hartfalen de komende twintig jaar verder toe.
In deze nascholing wordt eerst ingegaan op de rol van de apotheker binnen de eerstelijnszorg, waar samenwerking met huisarts, cardioloog, hartfalenverpleegkundige en andere zorgverleners essentieel is. Vervolgens worden de risicofactoren en het cardiovasculair risicomanagement besproken, met aandacht voor de relatie tussen atherosclerose en hartfalen.
Daarna komt de snelle ontwikkeling in diagnostiek en behandeling aan bod. U leert onder meer over het belang van BNP (B-type natriuretisch peptide), de toepassing van MRI van het hart en het gebruik van de ICD (interne cardioverter-defibrillator).
Deze e-learning biedt u de noodzakelijke kennis om als apotheker effectief bij te dragen aan de zorg voor hartfalenpatiënten, inclusief uitleg aan patiënten over nieuwe diagnostische technieken en behandelingen.
Pijn is een veelvoorkomend symptoom bij kanker en komt voor in alle stadia van de ziekte. Ongeveer een derde van de patiënten met een curatief behandelperspectief ervaart pijnklachten, oplopend tot driekwart in de terminale fase. Bij de helft van deze patiënten is de pijnbehandeling onvoldoende, ondanks bestaande richtlijnen. Pijn bij kanker heeft niet alleen lichamelijke gevolgen, maar leidt ook tot angst en depressie.
In deze e-learning staat het verbeteren van pijnbehandeling bij kanker centraal. In BLOK A bespreken we eerst de barrières die effectieve pijnbestrijding in de weg staan – zowel bij zorgverleners als patiënten – en hoe deze geslecht kunnen worden. Daarbij komt ook het belang van pijnmeting, pijnclassificatie en de rolverdeling tussen zorgprofessionals, inclusief de apotheker, aan bod.
BLOK B richt zich op de farmacotherapeutische behandeling. We behandelen de inzet van opioïden (WHO-stap 3), therapie van doorbraakpijn, adjuvante analgetica en pijnbehandeling bij specifieke patiëntgroepen. Daarbij is ook aandacht voor wetenschappelijke onderbouwing van minder conventionele therapieën.
Deze nascholing is gebaseerd op zowel de bestaande Richtlijn Pijn als op recente inzichten uit de herziening van de Richtlijn Diagnostiek en behandeling van pijn bij patiënten met kanker.