Nascholing voor en door zorgprofessionals
Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!
Hoe werkt deze Academy?
Nascholing voor zorgprofessionals
Gesorteerd op nieuw - oud
Een 41-jarige Poolse man presenteerde zich met hoofdpijn en verward gedrag na een val van de trap. Hij bleek een ernstig traumatisch schedelhersenletsel te hebben met verhoogde intracraniële druk en een verlaagde Glasgow Coma Scale. Hij werd overgeplaatst naar een regionaal traumacentrum, er werd een intracraniële drukmeter ingebracht en op geleide van de intracraniële drukken werd hij behandeld met sedativa, analgetica en osmotherapie. Bij persisterende hoge intracraniële drukken vond een eenzijdige hemicraniotomie plaats. De patiënt kon 64 dagen na het trauma met E4M6V3 van de Intensive Care naar de verpleegafdeling ontslagen worden.
Met een cerebral function monitor (cfm) kan op eenvoudige wijze continu de elektrische hersenactiviteit bij de pasgeborene gemeten worden. Het bewerkte eenkanaals eeg wordt het amplitudegeïntegreerde eeg (aeeg) genoemd. Er bestaat een goede overeenkomst tussen het standaard-eeg en aeeg. Beoordeling van dit aeeg vindt plaats met behulp van patroonherkenning en is eenvoudig. Naast het achtergrondpatroon kunnen ook slaap-waakcycli en epileptische activiteit herkend worden. Op basis van het achtergrondpatroon kan al kort na de geboorte de neurologische uikomst voorspeld worden. Daarnaast kan met behulp van het aeeg monitoring plaatsvinden van epileptische activiteit. Met de komst van therapeutisch hypothermie als standaardbehandeling bij hypoxisch-ischemische encefalopathie is de prognostische waarde van het aeeg wel veranderd.
Rectumcarcinoom | Anatomie | Diagnostiek | Behandelplan
Een ziekenhuisopname is een risicovolle gebeurtenis voor oudere patiënten: 30-60% ontwikkelt een blijvend functieverlies. Dit betekent een toename van afhankelijkheid en daarmee een toename van zorg. Niet alle ouderen hebben een even groot risico op het ontwikkelen van functieverlies. De normale gevolgen van het ouder worden, de ontwikkeling van geriatrische condities en syndromen, multimorbiditeit, maar ook de iatrogene aspecten van de ziekenhuisopname staan in verband met het ontwikkelen van functieverlies. De ISAR-HP kan met slechts vier vragen oudere patiënten met een verhoogd risico op functieverlies selecteren bij opname in het ziekenhuis: hulp nodig hebben bij het verrichten van IADL vóór de opname, het gebruiken van een hulpmiddel bij het lopen, hulp nodig hebben bij reizen en geen onderwijs hebben gevolgd na het veertiende jaar. Dit is een eerste stap in het voorkomen van blijvend functieverlies en moet worden gevolgd door het vaststellen van (mogelijke) geriatrische problemen en gerichte interventies.
Het gebruik van protonpompremmers (ppr’s) bij de behandeling van gastro-oesofageale refluxziekte (gorz) bij zuigelingen neemt wereldwijd toe. Er is discussie over de effectiviteit en de veiligheid van ppr’s bij deze groep. Dit artikel beschrijft een systematische review van het wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van ppr’s bij zuigelingen met gorz. Er werden vijf gerandomiseerde studies gevonden van goede methodologische kwaliteit en met kleine patiëntenaantallen. Wat het verminderen van milde gorz-symptomen betreft, blijken in twee studies ppr’s (en placebo) niet effectief, in twee studies even effectief als placebo en in één studie effectiever (de laatste vergeleken met hypoallergene flesvoeding). Wel zijn ppr’s effectief in het verminderen van zuurexpositie in de oesofagus. Er werden geen verschillen in bijwerkingen tussen de verschillende groepen aangetoond. Concluderend is niet aangetoond dat ppr’s effectief zijn in het verminderen van GORZ-symptomen bij zuigelingen, maar wel dat ze effectief zijn in het verminderen van zuurexpositie. Hoewel ppr’s goed lijken te worden verdragen, is bewijs voor de veiligheid van deze middelen op de lange termijn onvoldoende onderzocht. Alleen wanneer er sprake is van een verhoogde zuurexpositie, blijken PPR’s effectief en zijn ze dus aan te bevelen.
De begeleiding van gezonde pasgeborenen en zuigelingen is in Nederland in handen van consultatiebureaus (cb). Zieke pasgeborenen starten in het ziekenhuis, maar meestal kan de kinderarts de zorg op zeker moment, althans voor een groot deel, overdragen aan de jeugdarts op het cb. Op papier een simpele procedure, maar de werkelijkheid is weerbarstig. Hoewel er al vanaf 1994 pogingen zijn ondernomen om de overdracht gesmeerder te doen verlopen, valt er nog steeds veel te verbeteren. In dit interview bespreken twee betrokkenen de stand van zaken.