Nascholing voor en door zorgprofessionals
Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!
Hoe werkt deze Academy?
Nascholing voor zorgprofessionals
Gesorteerd op nieuw - oud
Hypertensie komt voor bij ruim een kwart van alle volwassenen en vormt een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten zoals een hartinfarct of beroerte (CVA). In de apotheek heb je als apothekersassistent dagelijks te maken met patiënten die bloeddrukverlagende medicatie gebruiken of daarmee starten. Ook krijg je vragen van mensen die bijvoorbeeld een bloeddrukmeter willen aanschaffen of een eerste recept ontvangen na ontslag uit het ziekenhuis.
In deze nascholing leer je wat hypertensie inhoudt, welke behandelopties er zijn en hoe je patiënten kunt begeleiden. Daarbij komt zowel de niet-medicamenteuze als medicamenteuze behandeling aan bod. Aandacht is er ook voor het belang van therapietrouw, aangezien medicatie vaak levenslang nodig is.
Als apothekersassistent speel je een essentiële rol bij de begeleiding van deze patiëntengroep. Jij voert het eerste-uitgiftegesprek en onderhoudt het contact bij vervolguitgiften. Je leert in deze e-learning signalen van therapieontrouw herkennen en krijgt handvatten om hier effectief op in te spelen.
Tot slot is er weer een begrippenlijst opgenomen met termen die je mogelijk nog niet kent.
In 2014 verscheen de richtlijn van de Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid (SWAB): Antimicrobiële therapie voor acute infectieuze diarree. Dit artikel bespreekt de meest relevante informatie voor de kinderarts uit deze richtlijn. Klinische symptomatologie, diagnostiek en therapeutische adviezen worden besproken voor de meest voorkomende micro-organismen. Achtereenvolgens komen aan bod de bacteriële verwekkers Campylobacter, Salmonella, Shigella, Yersinia en enterohemorragische Escherichia coli (EHEC), de parasitaire verwekkers Giardia lamblia en Dientamoeba fragilis en tevens de community-acquired infectieuze diarree en de reizigersdiarree.
Iedere kinderarts krijgt te maken met het downsyndroom. Het is de meest voorkomende chromosomale aandoening; de laatste jaren blijft het aantal pasgeborenen met downsyndroom in Nederland ongeveer gelijk. Kinderen met downsyndroom hebben frequenter luchtweginfecties met een langduriger ziektebeloop, een hoger risico op IC-opname en een hogere mortaliteit. Daarbij zorgen de infecties voor veel ziektelast. Het is belangrijk dat iedereen die met kinderen met het downsyndroom werkt, kennis van zaken heeft over deze specifieke downproblematiek en deze tijdig kan herkennen en behandelen. De verhoogde infectiegevoeligheid bij downsyndroom wordt veroorzaakt door een combinatie van immunologische en niet-immunologische factoren: een andere opbouw en functie van het afweersysteem, een andere anatomie van de luchtwegen, hypotonie, gastro-oesofageale refluxziekte en aangeboren structurele afwijkingen van hart en bloedvaten, vooral van het pulmonale vaatbed. Niet alle kinderen met downsyndroom hebben evenveel last van deze infecties; onbekend is nog waarom dit zo is.
als resultaat een complex trauma van de rechterhand. Dominant in dit beeld is een traumatische neuropathie van de nervus ulnaris. De casus wordt beschreven van operatie tot complicatie en van revalidatie tot re-integratie. De procedure van de verzuimbegeleiding via het tweede spoor conform de Wet verbetering poortwachter wordt in dit artikel stapje voor stapje toegelicht met daarnaast informatie over diagnose en prognose. Perifeer zenuwletsel is een zeer invaliderende complicatie na een ongeval en kan het best worden behandeld door een multidisciplinair team. Bij deze werknemer waren de fysieke beperkingen dominant, wat noopte tot het vinden van een tweede carrièreperspectief. Gelukkig kon via loopbaantrajectbegeleiding en een cursus een nieuwe baan worden gevonden. Een meevaller die lang niet voor alle werknemers onder dezelfde condities is weggelegd. Uiteindelijk dus toch nog een beetje geluk bij een ongeluk? Helaas kon de baan niet worden behouden en zit werknemer nu ziek thuis.
High-flowzuurstoftoediening is een methode om verwarmde en bevochtigde lucht met een hoge flow toe te dienen aan de patiënt. Gezien de theoretische voordelen ten opzichte van de conventionele low-flowneusbril bij de ondersteuning van patiënten met een verhoogde ademarbeid wordt de methode steeds vaker gebruikt, vooral bij patiënten met bronchiolitis.
In dit artikel wordt de evidence voor het toepassen van high-flow- versus conventionele ademhalingsondersteuning (low flow, CPAP, head box) bij patiënten met bronchiolitis op een rij gezet. Vooralsnog hebben de studies geen meerwaarde laten zien. Er ontbreken echter goed opgezette RCT’s om het effect van high flow te beoordelen. Tot het bekend worden van de resultaten van deze studies is het van belang om in Nederland in ieder geval één eenduidig protocol te hanteren voor het gebruik van high-flowzuurstoftherapie.
Bij het aanpakken van slaapproblemen is het van belang een goed beeld te krijgen van de in stand houdende factoren van slaapproblemen, zodat een brede focus kan worden gekozen bij het inzetten van interventies. De ICF (International Classification of Functioning) vormt een goed hulpmiddel om zicht te krijgen op de gehele context. Deze context is van belang, omdat slaapproblemen veel negatieve gevolgen hebben op lichamelijk, psychisch en maatschappelijk gebied. Dit sluit aan bij de verpleegkundige focus: het bevorderen van herstel of leren omgaan met de gevolgen van de problematiek voor het dagelijks functioneren van de patiënt in zijn omgeving.