Nascholing voor en door zorgprofessionals
Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!
Hoe werkt deze Academy?
Nascholing voor zorgprofessionals
Gesorteerd op nieuw - oud
Placebo’s zijn bekend door hun inactieve of ‘fake’ karakter en als controle-arm in placebogecontroleerde trials. De laatste jaren is er groeiende belangstelling voor het placebo-effect omdat het niet alleen een belangrijke rol speelt in trials, maar ook inzicht geeft in de aspecifieke effecten van medisch handelen in de dagelijkse praktijk. Er zijn verschillende factoren die verantwoordelijk zijn voor het placebo-effect en die de grootte ervan kunnen beïnvloeden, zoals het natuurlijke ziektebeloop, regressie naar het gemiddelde, methodologische bias, verwachtingen en conditionering. Bij kinderen is het placebo-effect vaak groter, wat wordt toegeschreven aan een grotere leercapaciteit van kinderen in vergelijking met volwassenen, hun grotere suggestibiliteit en de hoge verwachtingen van ouders. Recent neurofysiologisch onderzoek laat zien dat polymorfismen in neurotransmitters het placebo-effect mediëren, waardoor het op termijn mogelijk wordt de effectiviteit van trials te verhogen door patiënten te selecteren met een lage placeborespons.
Paraneoplastische neurologische syndromen (PNS) komen voor bij patiënten met een systemische of hematologische maligniteit. Vaak gaan PNS vooraf aan de diagnose van een maligniteit. De aandoeningen zijn immuungemedieerd en gaan gepaard met de vorming van antistoffen. We delen PNS in drie groepen in, afhankelijk van het type antigen waartegen de antistof zich richt. Het gaat om intracellulair cytoplasmatische/nucleaire, intracellulair synaptische en extracellulaire antigenen. Deze indeling is belangrijk omdat er een verschil is in pathogenese, tumorassociatie en behandelbaarheid. PNS veroorzaakt door antistoffen tegen extracellulaire antigenen reageren vaak goed op immuuntherapie, in tegenstelling tot PNS met antistoffen tegen intracellulaire antigenen. Kennis van de meest voorkomende tumortypen, de geassocieerde antistoffen en PNS is belangrijk. Het leidt tot snellere herkenning, gerichtere tumorscreening, snellere behandeling en betere uitkomsten. PNS kunnen perifere en/of centrale neurologische ziekten veroorzaken. In dit nascholingsartikel worden de PNS beschreven die vooral leiden tot stoornissen van het centraal zenuwstelsel.
De NVA lijkt een duidelijke visie te hebben met betrekking tot de PACU. Om doorstroom van het operatieproces te bevorderen pleit zij voor een PACU in ieder ziekenhuis. In dit artikel worden de huidige ontwikkeling van PACU’s in Nederland en enkele actuele organisatorische aspecten van het opzetten van een PACU besproken. Tevens wordt nagegaan of daadwerkelijk ieder ziekenhuis baat heeft bij een PACU.
De bekkenbodem vormt de schakel tussen het musculoskeletale stelsel en het orgaanstelsel, en speelt een rol in de stabiliteit en motorische controle van lage rug en bekken, ondersteunt de pelviene organen (d.w.z. organen in het bekken en de buik), en speelt een rol bij mictie, defecatie en seksualiteit. Door compensatiestrategieën kunnen functiestoornissen in de lage rug en het bekken leiden tot bekkenbodemdisfuncties en omgekeerd. De fysiotherapeut dient bij de behandeling van lage rugen bekkenklachten alert te zijn op reeds bestaande bekkenbodemdisfuncties in relatie tot de klacht en op het ontstaan van nieuwe bekkenbodemdisfuncties gedurende het behandeltraject. Door het nog steeds heersende taboe op het praten over bekkenbodemdisfuncties zal de fysiotherapeut actief naar deze stoornissen moeten vragen. Indien de bekkenbodem een rol speelt, zowel causaal als ten gevolge van later ontstane compensatiestrategieën, is medebehandeling door een bekkenfysiotherapeut aan te bevelen.
Het mycotisch aneurysma wordt gedefinieerd als een aneurysma dat meestal veroorzaakt wordt door een bacterie en slechts zelden een schimmel. Meestal is het gelokaliseerd aan de abdominale aorta. Geïnfecteerde aneurysmata op andere locaties zijn ook beschreven, maar met een veel lagere incidentie. In de literatuur worden wisselende incidenties beschreven van systemische mycotische aneurysmata. Deze zouden in 2-15% van de gevallen van infectieuze endocarditis aanwezig zijn.
De kinderarts is gewenst in de diagnostiek en aanpak van kinderen met overgewicht. Het expertisecentrum voor kinderen met overgewicht in het Jeroen Bosch Ziekenhuis is door het ministerie van VWS erkend als best practice en fungeert als proeftuin voor de ketenaanpak van overgewicht bij kinderen. In dit artikel komt aan bod hoe de ernst van overgewicht wordt gedefinieerd, op welke wijze in ’s-Hertogenbosch ervaring werd opgedaan in ketensamenwerking, welke houding de zorgprofessional het beste zou kunnen aannemen ten opzicht van deze problematiek, welke competenties daarbij horen en hoe deze helpen specifiek de nieuwe rol van de kinderarts in het zorgnetwerk gestalte te geven, daarbij de focus houdend op stimulering van zelfmanagent in het hele gezin.