Nascholing voor en door zorgprofessionals

Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!

Hoe werkt deze Academy?

Nascholing voor zorgprofessionals

Gesorteerd op nieuw - oud
Zwangerschapsfysiologie en anesthesiologische implicaties Lees meer over Zwangerschapsfysiologie en anesthesiologische implicaties Zwangerschapsfysiologie en anesthesiologische implicaties
Tijdens de zwangerschap treden fysiologische veranderingen op die van belang zijn voor uw anesthesiologische beleid. De aanpassingen van de orgaansystemen treden reeds vroeg in de zwangerschap op en worden gekenmerkt door een toename in metabolisme, zuurstofconsumptie en circulerend volume. Verder spelen hyperventilatie, verdunningsanemie, hypercoagulabiliteit, aspiratierisico, veranderingen van de luchtweg en verhoogde gevoeligheid voor anesthetica een rol. De anesthesiologische focus bij operatieve ingrepen tijdens de zwangerschap moet gericht zijn op luchtwegmanagement, risico en preventie van aspiratie, handhaven van maternale bloeddruk en uteroplacentaire perfusie, risico en preventie van tromboembolische complicaties, aanpassing van regionale technieken en algehele anesthesie. Bij algehele anesthesie zijn met name de keuze en dosering van inductiemiddelen, afname van MAC en placentaire passage van anesthetica van belang.
Reanimeren: van basaal naar geavanceerd Lees meer over Reanimeren: van basaal naar geavanceerd Reanimeren: van basaal naar geavanceerd
Sinds een aantal jaren is het gebruik van de automatische externe defibrillator (AED) bij het uitvoeren van basic life support (BLS) in opmars. Totdat een specialistisch reanimatieteam arriveert, wordt er met behulp van de AED voor gezorgd dat er, indien nodig, een schok kan worden toegediend om het hartritme te corrigeren. Vanaf het moment dat het specialistisch reanimatieteam aanwezig is, wordt gestart met de advanced life support (ALS). Met behulp van twee scenario’s (shock en no-shock scenario) wordt door middel van toediening van medicatie, eventueel defibrillatie en/of uitwendige pacing geprobeerd de circulatie te herstellen. Tijdens de ALS wordt gezocht naar de oorzaak van de circulatiestilstand om de patiënt zo snel mogelijk gericht te kunnen behandelen. Bij de hypothesevorming zijn de vier H’s en vier T's daarvoor en hulpmiddel. Hierbij zijn goede samenwerking, communicatie en evaluatie van groot belang.
Bij langdurige stress op de automatische piloot Lees meer over Bij langdurige stress op de automatische piloot Bij langdurige stress op de automatische piloot
Chronisch gestresste ratten worden gewoontedieren die doelgericht gedrag inruilen voor routine. Onderzoekers onderwierpen ratten aan chronische stress en die bleven een hendel induwen, ook als daar geen beloning tegenover stond.
Het metabool syndroom bij overgewicht en obesitas Lees meer over Het metabool syndroom bij overgewicht en obesitas Het metabool syndroom bij overgewicht en obesitas
De benaming ‘metabool syndroom’ verwijst naar het gezamenlijk vóórkomen van enkele risicofactoren voor hart­ en vaatziekten: glucose­ intolerantie (diabetes mellitus type 2, verstoorde glucosetolerantie of verhoogde nuchtere glucose), insulineresistentie, hypertensie, ‘centraal’ overgewicht (viscerale adipositas), dislipidemie (lage serumconcentratie hdl­cholesterol, hoge serumconcentratie triglyceriden). Het ‘syndroom’ heeft geen specifieke behandeling en alle ‘symptomen’ samen geven geen andere prognose wat betreft hart­ en vaatziekten en diabetes dan uit de afzonderlijke symptomen blijkt. Ook over de pathofysiolo­ gie bestaat nog geen zekerheid. Vanwege deze argumenten bestaat er nog veel discussie over het bestaansrecht van het metabool syndroom. Herkenning van het cluster van symptomen helpt ons echter om een betere inschatting te maken van de gezondheidsrisico’s in de groeiende groep obese patiënten. Dit artikel bespreekt de belangrijkste elementen uit het metabool syndroom aan de hand van een casus.
Hersentumoren Lees meer over Hersentumoren Hersentumoren
Gezwellen (= tumoren) in de hersenen kunnen uitgaan van het hersenweefsel zelf of van omliggende structuren, zoals de hersenvliezen. Tumoren in de hersenen kunnen goed- of kwaadaardig zijn. Ook uitzaaiingen van kanker elders in het lichaam, zoals borstkanker of longkanker, kunnen zich in de hersenen nestelen. De meest voorkomende goedaardige hersentumor is het meningeoom, dat ontstaat vanuit de hersenvliezen. Een ander goedaardig gezwel is de hypofysetumor, uitgaande van de hypofyse, een klein, hormoonproducerend orgaan midden in het hoofd, achter de ogen. Deze tumoren zijn over het algemeen operatief goed te verwijderen. Kwaadaardige hersentumoren gaan uit van het gliaweefsel van de hersenen en worden daarom gliomen genoemd. De incidentie van deze primaire tumoren is 5-7 per 100.000. In dit artikel wordt ingegaan op de kwaadaardige tumoren. Hersentumoren die bij kinderen (tot ca. 15 jaar) ontstaan, vormen een bijzondere categorie, zowel wat betreft hun aard als behandeling en worden daarom hier verder buiten beschouwing gelaten.
Het gebruik van rhDNase in de kindergeneeskunde Lees meer over Het gebruik van rhDNase in de kindergeneeskunde Het gebruik van rhDNase in de kindergeneeskunde
Het mucolytische medicijn rhDNase is bewezen effectief bij patiënten met cystische fibrose. rhDNase wordt ook off­label toegepast bij andere kinderlongziekten waarbij een verstoorde mucociliaire klaring een rol speelt. Gerandomiseerde studies toonden aan dat het niet zinvol is om rhDNase off­label toe te passen bij zuigelingen met rsv­bronchiolitis en bij kinderen met matig ernstig acuut astma. In geïsoleerde case reports bij ernstig zieke patiënten is wel beschreven dat behandeling met rhD­ Nase de beademingsduur en het verblijf op de intensive care verkortte en incidentie van atelectasen bij postoperatief nabeademde kinderen verminderde. Voordat rhDNase bij kinderen met dergelijke ernstige ziektebeelden kan worden voorgeschreven, zijn echter gerandomiseerde studies nodig.