Nascholing voor en door zorgprofessionals
Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!
Hoe werkt deze Academy?
Nascholing voor zorgprofessionals
Gesorteerd op nieuw - oud
Acute knieletsel komen vaak voor en als gevolg van de directe toegankelijkheid van de fysiotherapie (DTF) zien veel fysiotherapeuten deze letsels. Het juist analyseren en diagnosticeren van knieletsels blijkt echter lastig en moeilijk. Dit komt onder andere doordat richtlijnen ontbreken, waardoor de juiste diagnose vaak laat wordt gesteld. In de literatuur zijn veel klinische tests voor (acute) knieletsels beschreven, maar welke zijn het meest evidence-based? Dit artikel beschrijft de huidige evidence-based inzichten in de diagnostiek van acute knieletsels. Allereerst komt de anatomie van de posteromediale en de posterolaterale hoek aan bod. Vervolgens worden de meest voorkomende ontstaansmomenten en de daarbij behorende mogelijke letsels besproken. Voor de belangrijkste structuren van de knie worden de klinische tests beschreven, met sensitiviteit en specificiteit. Met de informatie in dit artikel kan de fysiotherapeut beter een adequate fysiotherapeutische diagnose stellen en tevens beoordelen wanneer een verwijzing naar de arts of orthopeed geïndiceerd is.
Clindamycine remt de eiwitsynthese en daarmee de groei van bacteriën. Het is beschikbaar voor intraveneus en oraal gebruik, naast tabletten ook als drank. Clindamycine is geregistreerd voor gebruik bij kinderen inclusief pasgeborenen. Na inname wordt het snel opgenomen en bereikt het hoge spiegels in serum, weke delen, huid en botten. Stafylokokken, streptokokken en anaeroben zijn over het algemeen goed gevoelig.
Clindamycine is goed bruikbaar bij impetigo, erysipelas, cellulitis – zowel van de ledematen als van het gezicht – en faryngitis. Daarnaast kan het gebruikt worden bij kinderen met huid- en wondinfecties, osteomyelitis en pleuritis. Ook bij pneumonieën, ook na aspiratie, kan het worden ingezet. Clindamycine passeert de bloed-hersenbarrière niet en is daarom bij meningitis niet bruikbaar.
De bij volwassenen gevreesde pseudomembraneuze colitis komt bij kinderen nauwelijks voor. Wel is diarree een vaak geziene bijwerking. Clindamycine kan ingezet worden bij een al dan niet aangetoonde allergie voor penicillinen.
Zodra wordt gesproken over de resuscitatie komt het toedienen van vocht ter sprake. Het maken van de juiste keuze van de infusievloeistof, kristalloïd of colloïd, is niet gemakkelijk te onderbouwen als gevolg van tegenstrijdige onderzoeksresultaten en het ontbreken van voldoende onderzoeken van hoge kwaliteit. Van de colloïden werd humaan albumine in de jaren negentig geassocieerd met een verhoogde mortaliteit. Recentere studies tonen mogelijke gunstige effecten met verlaagde mortaliteit bij specifieke patiëntengroepen tijdens de resuscitatie. Albumine is het belangrijkste eiwit voor de mens; het is verantwoordelijk voor colloïd-osmotische druk en transport van diverse gebonden endogene stoffen en geneesmiddelen. Verder heeft het eiwit eigenschappen als scavenger van vrije zuurstofradicalen en worden er anticoagulerende en antitrombotische effecten aan toegekend. In dit artikel wordt een beknopte bespreking gegeven van structuur en functies van albumine en van de meest recente onderzoeken naar de toepassingsgebieden.
De kinderintensivecare heeft in de afgelopen decennia een enorme vlucht genomen. Van een overtollige ruimte die met wat kunst- en vliegwerk geschikt was gemaakt voor de bewaking en beademing van maximaal twee patiënten, meestal geïnitieerd vanuit de kinderchirurgie, tot een ‘volwassen’ picu voor alle typen patiënten, met state of the art apparatuur en een goed opgeleide medische en verpleegkundige staf, waar naast topklinische zorg ook grensverleggend onderzoek wordt verricht. Voor dit themanummer van Praktische Pediatrie interviewde ik twee kinderintensivisten die elk op hun eigen wijze hun stempel hebben gedrukt op deze ontwikkelingen.
Het beleid van perioperatief bloedverlies wordt bepaald door de snelheid van bloedverlies, samen met de uitgangssituatie en de comorbiditeit van de patiënt. Dit zijn de transfusietriggers voor de diverse bloedproducten. De laatste jaren is duidelijk geworden dat vooral ongecontroleerd massaal bloedverlies een ‘agressieve’ benaderingswijze vereist. Adviezen hieromtrent worden in de nieuwe CBO-richtlijn gegeven. Voorafgaand aan een transfusie worden compatibiliteitstesten verricht. Desondanks kunnen transfusiereacties voorkomen. Herkennen van transfusiereacties en melding aan de landelijke database (http://www.tripnet.nl) zijn van essentieel belang om inzicht te krijgen in de incidentie van transfusiereacties en preventieve acties te starten.
Sinds 1995 wordt de diagnose adhd niet meer alleen bij kinderen gesteld. We weten inmiddels dat bij twee derde van de kinderen met ADHD, de klachten in de volwassenheid min of meer blijven bestaan. Vóór 1995 werd bij volwassenen met ADHD geen of een andere diagnose gesteld. Het ligt dus voor de hand dat verpleegkundigen in het algemeen ziekenhuis tegenwoordig vaker worden geconfronteerd met patiënten met ADHD en dan niet alleen op de kinderafdeling. In dit artikel gaat het over ADHD bij volwassenen.