Nascholing voor en door zorgprofessionals
Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!
Hoe werkt deze Academy?
Nascholing voor zorgprofessionals
Gesorteerd op nieuw - oud
Bij kinderen met een bronchiolitis wordt op grond van gegevens uit anamnese en lichamelijk onderzoek een inschatting gemaakt of opname nodig is. In dit artikel wordt dieper ingegaan op de waarde van de saturatie bij deze beslissing om een kind met een bronchiolitis al dan niet op te nemen. Van de zeven gevonden relevante studies vonden er zes een verhoogd risico op een ernstiger beloop van de bronchiolitis bij lagere saturaties. Geen enkele onderzochte saturatiegrens garandeert een volledig ongecompliceerd beloop. De studies waren van wisselende, matige kwaliteit en lastig te vergelijken doordat verschillende saturatiegrenzen en uitkomstmaten worden gehanteerd. Op basis van de hier besproken evidence en overige overwegingen is de klankbordgroep van de landelijke richtlijn Bronchiolitis tot de volgende aanbeveling gekomen: Saturatie ≤ 92%: opname en zuurstof geven, 93-94%: overweeg opname en zuurstof geven, afhankelijk van de klinische situatie en sociale omstandigheden, ≥ 95%: op basis van saturatie alleen hoeft de patiënt niet opgenomen te worden.
Decompressie ziekte is een mogelijk levensbedreigende complicatie van duiken. De therapie bestaat uit zogeheten recompressie met hyperbare zuurstof en moet zo snel mogelijk worden toegepast. Er worden twee “duikongevallen” met dodelijke afloop gepresenteerd, beide behandeld met hyperbare zuurstof i.v.m. verdenking op decompressie ziekte. Een 46-jarige vrouw wordt benauwd tijdens een duik en verliest het bewustzijn. Zij krijgt basic life support, Na de recompressie therapie bleef zij buiten bewustzijn als gevolg van postanoxische encephalopatie. De uiteindelijke diagnose was hyperthyreoidie met een gedilateerde cardiomyopatie. Een tweede casus betreft een 28 jarige man die tijdens onderwaterpolo wedstrijd onwel werd. Hij ontwikkelde neurologische symptomen suggestief voor hersenstam ischemie. Ook hier werd gestart met hyperbare zuurstof. Gedurende deze behandeling verslechterde zijn toestand en uiteindelijk komt de patiënt te overlijden Bij obductie bleken er multipele dissecties van de arteriae vertebralis. Deze twee casus laten zien dat niet elk duikongeval optreed ten gevolge van decompressie ziekte.
Kinderen die tijdens hun ziekte pijnlijke of belastende verrichtingen ondergaan, zullen zich daar vaak tegen verzetten of onvoldoende meewerken. Om te voorkomen dat procedures mislukken en/of oncomfortabel worden, hebben kinderen vaak Procedurele Sedatie of Analgesie (psa) nodig. In de afgelopen decennia hebben kinderartsen hun eigen psa-protocollen ontwikkeld. Deze protocollen hebben over het algemeen een slechts matige kwaliteit. Ineffectieve sedatie is een frequent probleem, terwijl ook de veiligheid niet optimaal is. Naar aanleiding van een aantal ernstige incidenten tijdens psa werd een nieuwe evidence-based richtlijn over dit onderwerp opgesteld. Dit artikel vat de belangrijkste achtergronden en aanbevelingen uit de nieuwe richtlijn samen. Veiligheid van psa heeft vooral te maken met professionele competenties en randvoorwaarden. Om een optimale effectiviteit te behalen, is vaak titreerbare diepe sedatie nodig. Voor beperkte ingrepen verdient het aanbeveling om over lachgas te kunnen beschikken. Waar mogelijk moet ook gebruik worden gemaakt van topicale anesthesie en non-farmacologische technieken.
Fysiotherapeuten worden regelmatig geconsulteerd door patiënten met functioneringsproblematiek waarvan de oorzaak ligt in een deficiëntie van de spierkracht. De slechte definiëring van spierkracht en de overschatting van kracht als bepalende factor voor (sport)prestaties zorgen ervoor dat enkele kanttekeningen te plaatsen zijn bij krachttraining in de huidige fysiotherapeutische praktijk. De auteurs pleiten er daarom voor om het trainen van vermogen als een alternatieve, meer passend trainingsdoel te stellen. In dit artikel worden enkele handreikingen gegeven voor het trainen van vermogen die aansluiten op de huidige kennis vanuit de relevante fysiologie.
De invasieve behandeling van een carotisstenose, chirurgisch of via een percutane stenting procedure, kan gepaard gaan met ernstige morbiditeit en zelfs mortaliteit. Dit kan gerelateerd zijn aan de ingreep in de vorm van een CVA of aan comorbiditeit in de vorm van een myocardinfarct. De anesthesiologische zorg rondom deze procedures is met name gericht op handhaving van een adequate cerebrale en myocardiale weefseloxygenatie, waarbij gebruik wordt gemaakt van invasieve en noninvasieve monitoring.
De zorg en revalidatie van patiënten na een amputatie vragen om specialistische multidisciplinaire kennis en vaardigheden. Deze kennis en vaardigheden vormen de randvoorwaarden voor een snelle prothesevoorziening en revalidatie. De verpleegkundige vervult een belangrijke rol in interventies gericht op het verminderen van stompoedeem, het voorkómen van contracturen en de behandeling van fantoompijn. De wetenschappelijke evidentie voor deze interventies is beperkt vanwege een aantal factoren:
• De patiëntengroep is kwetsbaar en er is vaak comorbiditeit, wat onderzoek bemoeilijkt.
• De zorg varieert in de medische specialismen en instellingen.
• Er is geen landelijke richtlijn.
Door technische ontwikkelingen zijn er veel keuzemogelijkheden in de prothesevoorziening en is er een belangrijke rol weggelegd voor een ‘vakman’ zoals de orthopedisch instrumentmaker.