Nascholing voor en door zorgprofessionals

Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!

Hoe werkt deze Academy?

Nascholing voor zorgprofessionals

Gesorteerd op nieuw - oud
NSAID's: pijnstillers met gebruiksaanwijzing Lees meer over NSAID's: pijnstillers met gebruiksaanwijzing NSAID's: pijnstillers met gebruiksaanwijzing
NSAID’s (non-steroidal anti-inflammatory drugs) zijn probate ontstekingsremmende pijnstillers met veel verschillende vertegenwoordigers. Sommige middelen zijn zowel bij de apotheek als de drogist te verkrijgen, andere NSAID’s worden uitsluitend op recept verstrekt. NSAID’s staan samen met paracetamol op de onderste trede van de zogeheten pijnladder van de WHO. Hierin worden pijnstillers gerangschikt in verschillende fasen, naar toenemende sterkte van hun werkzaamheid. De pijnstillers uit de pijnladder zijn vooral effectief bij nociceptieve pijn. Voor bestrijding van neuropathische pijn zijn andere middelen aangewezen, zoals anti-epileptica of sommige antidepressiva. Het gebruik van NSAID’s brengt voor sommige mensen (grote) gezondheidsrisico’s mee. Vandaar dat men er bij zelfzorg goed aan doet om arts of apotheker te raadplegen. De belangrijkste bijwerkingen zijn gastro-intestinaal of cardiovasculair van aard. Naproxen lijkt het meest veilig te zijn voor hart en bloedvaten, maar is mogelijk weer iets minder veilig voor de maag. Hoewel er ook nieuwere middelen zijn, geeft de huisartsenrichtlijn Pijnbestrijding de voorkeur aan de ‘oudere middelen’ diclofenac, ibuprofen en naproxen.
Uitbreiding van het Nederlandse routine-hielprikprogramma met screening op cystische fibrose Lees meer over Uitbreiding van het Nederlandse routine-hielprikprogramma met screening op cystische fibrose Uitbreiding van het Nederlandse routine-hielprikprogramma met screening op cystische fibrose
Vanaf 1 mei 2011 zal screening van pasgeborenen op cystische fibrose (cf) worden toegevoegd aan het landelijke hielprikprogramma. De Nederlandse screeningsstrategie verschilt van elders toegepaste screeningsstrategieën. Hierdoor heeft elke baby met een afwijkende screeningstest een klassieke cf of een cftr-gerelateerde aandoening. Desondanks blijft nadere diagnostiek om cf te bevestigen nodig.
Reanimatie van de pasgeborene Lees meer over Reanimatie van de pasgeborene Reanimatie van de pasgeborene
Omdat de oorzaken en effecten van asfyxie bij pasgeborenen anders zijn dan bij oudere kinderen en volwassenen verschilt de volgorde van handelingen die van belang zijn bij de opvang en reanimatie van pasgeborenen. Aan de hand van de recent verschenen herziene richtlijnen wordt de reanimatie van de pasgeborene behandeld.
Resuscitatie van brandwondpatiënten Lees meer over Resuscitatie van brandwondpatiënten Resuscitatie van brandwondpatiënten
Brandwonden die een lichaamsoppervlak vanaf circa 15% beslaan, leiden tot shock die resuscitatie noodzakelijk maakt. Voor een adequate resuscitatie is een nauwkeurige inschatting van het totale verbrande lichaamsoppervlak nodig; de ‘regel van 9’ bij volwassenen en de ‘Lund en Browder’ diagrammen bij zowel volwassenen als kinderen zijn goede hulpmiddelen hiervoor. De aanbevolen hoeveelheid toe te dienen infuus volgt uit de Parkland-formule: 4 ml per kg per % verbrand lichaamsoppervlak. De eerste helft van dit volume dient in de eerste 8 uur gegeven te worden, gerekend vanaf het tijdstip van verbranding. Voor kinderen wordt naast dit volume een onderhoudsinfuus aanbevolen. De Parkland-formule is nadrukkelijk een richtlijn. Het infuus dient op geleide van diurese en vitale variabelen te worden aangepast. Over-resuscitatie is een veelvoorkomend probleem met potentieel ernstige gevolgen, zoals onder andere verdieping van de brandwond, long- en hersenoedeem en compartimentsyndroom van het abdomen en de ledematen.
Congenitale hartafwijkingen bij volwassenen Lees meer over Congenitale hartafwijkingen bij volwassenen Congenitale hartafwijkingen bij volwassenen
De kans dat u als algemeen anesthesioloog geconfronteerd wordt met Grown-Ups with Congenital Heart disease (GUCH) neemt toe. De meeste op kinderleeftijd gecorrigeerde afwijkingen hebben amper consequenties voor uw anesthesiologisch beleid. Bij enkele ernstige of gecompliceerde corvitia zal doorverwijzing naar een centrum met kindercardio-anesthesiologische expertise noodzakelijk zijn. Dit artikel geeft per afwijking aandachtspunten bij het geven van anesthesie dan wel het advies om door te verwijzen. In de webversie wordt aanvullende informatie gegeven.
Antibiotische behandeling van pneumonie bij kinderen Lees meer over Antibiotische behandeling van pneumonie bij kinderen Antibiotische behandeling van pneumonie bij kinderen
Een microbiologische diagnose is in geval van pneumonie zelden met zekerheid te stellen. De meest waarschijnlijke verwekker kan worden verondersteld op basis van gegevens verkregen uit epidemiologie, leeftijd en jaargetijde. Streptococcus pneumoniae blijft, ook na vaccinatie, de belangrijkste verwekker van pneumonie op alle leeftijden. Bij zuigelingen moet Chlamydia trachomatis als verwekker overwogen worden, bij zuigelingen en peuters ook verscheidene virussen. Mycoplasma blijkt in recente studies op alle leeftijden pneumonie te kunnen veroorzaken. Op grond van de leeftijd van de patiënt is de verwekker van een pneumonie dus niet goed te voorspellen. Bij frequent voorschrijven van macroliden neemt resistentie onder pneumokokken snel toe. De meeste mycoplasma-infecties herstellen ook zonder antibiotische therapie. Op grond van deze gegevens adviseren wij amoxicilline gedurende 3-5 dagen als empirische therapie voor kinderen van alle leeftijden voor behandeling van niet-ernstige pneumonie.